19.1 C
Amsterdam
dinsdag, 15 juni, 2021

Net binnen

Rotterdam: ‘Stad van slaven(drijvers)’

ROTTERDAM – Eén op de acht Rotterdammers heeft tot slaaf gemaakte Afrikaanse voorouders, meldt het NOS Journaal. ‘Dat is meer dan welke stad in Nederland ook.’ Meer ook dan in Amsterdam. Maar het slavernijverleden ligt gevoelig en dus heeft het tot 31 oktober 2020 geduurd voordat er – met vanwege de coronacrisis bescheiden tamtam – drie boeken konden worden gepresenteerd over dat verleden.

Rotterdam zat tot over zijn oren in de slavernij, aldus de NOS. Dat valt niet meer te ontkennen, dankzij een grondig onderzoek naar het koloniale verleden van de stad. Dat is er gekomen dankzij voormalig PvdA-raadslid Peggy Wijntuin, een Rotterdamse met Surinaamse wortels. Tegen het NOS-Journaal zegt ze: ‘Ik ben een van de initiatiefnemers van het slavernijmonument in Rotterdam. Toen ik daarmee bezig was vroegen mensen me waarom dat monument er moest komen. Het bleek dat er een gebrek aan kennis was over het slavernijverleden in Rotterdam dus het was zaak dat die kennis er kwam.’

Drie boeken zijn het resultaat van intensief literatuur-, archief- en veldonderzoek: een bundel artikelen over de koloniale geschiedenis van Rotterdam, een boek over het slavernijverleden van Rotterdam en een bundel met reflecties op de erfenissen van deze geschiedenis. De boeken laten zien hoe Rotterdamse ondernemers eeuwenlang aan slavernij en kolonialisme verdienden. De koopmanselite en het stadsbestuur waren nauw verweven.

Wijntuin meent dat het hedendaags, alledaagse racisme uit dat verleden voortkomt. ‘Maar als je het erover hebt zie je aan andere kant ongemak ontstaan. Ze hebben het er liever niet over, maar je moet het erover hebben want we verhouden ons allemaal tot dat verleden. En nu kunnen we niet meer ontkennen, wegkijken en zeggen: ik heb het niet geweten’, aldus Peggy Wijntuin in het NOS-Journaal.

Dat er relatief veel Rotterdammers zijn met voorouders die slachtoffer waren van slavernij is omdat in de Maasstad veel Surinamers en Antillianen wonen. De voormalige Nederlandse koloniën draaiden op slavernij. Rotterdamse reders en kooplieden deden daar volop aan mee, net als hun confraters in de andere handelssteden zoals Amsterdam, Middelburg, Hoorn en Enkhuizen.

Een historische naam in de Maasstad is Johan van der Veeken, naar wie een stadspenning is vernoemd. Zoiets als de Banningh Cocq-prijs in Amsterdam. Rotterdam reikt de penning jaarlijks uit aan succesvolle ondernemers. De prijs heeft echter door het slavernij-onderzoek een vieze bijsmaak gekregen. Johan van der Veeken was namelijk een zestiende eeuwse slavenhandelaar. Zijn hoofd siert nog steeds de gevel van het Rotterdamse stadhuis.

Latest Posts

spot_imgspot_imgspot_img